Hoge Raad geeft duidelijkheid speler claims in Nederland

De Hoge Raad heeft op 3 juli 2026 uitspraak gedaan.

 
 

Hoge Raad zet streep door spelersclaims gebaseerd op nietigheid.

3 juli 2026 markeert een belangrijk punt in de juridische strijd rond online kansspelen. De Hoge Raad heeft vandaag geoordeeld dat overeenkomsten tussen Nederlandse spelers en online kansspelaanbieders zonder Nederlandse vergunning (voor oktober 2021) niet nietig of vernietigbaar zijn op grond van artikel 3:40 BW. Daarmee volgt de Hoge Raad de conclusie van Advocaat-Generaal Lindenbergh, waarover wij eerder schreven in onze blog “Kansspelovereenkomsten niet nietig vanwege ontbreken vergunning? Conclusie Advocaat-Generaal“. 

Achtergrond: duizenden claims tegen voormalige illegale aanbieders

De afgelopen jaren hebben diverse spelers procedures gestart tegen aanbieders die vóór de inwerkingtreding van de Wet kansspelen op afstand (Koa) online kansspelen aanboden zonder Nederlandse vergunning. De kern van deze procedures was vaak hetzelfde: als de kansspelovereenkomst nietig is, zouden verloren inzetten als onverschuldigd betaald kunnen worden teruggevorderd.

In een aantal procedures stelden Rechtbanken prejudiciële vragen aan de Hoge Raad over de geldigheid van dergelijke overeenkomsten.

De centrale vraag: tast de Wet op de kansspelen de geldigheid van de overeenkomst aan?

Volgens artikel 1 lid 1 onder a Wok is het verboden zonder vergunning gelegenheid te geven tot deelname aan kansspelen. De vraag was of overtreding van dat verbod automatisch betekent dat de onderliggende kansspelovereenkomst nietig of vernietigbaar is op grond van artikel 3:40 BW.

 

Het antwoord van de Hoge Raad is duidelijk: nee want daar bestaat geen aanleiding voor op basis van de wetgeschiedenis. De strekking van het verbod doet dat evenmin.

Volgens de Hoge Raad volgt uit de tekst, systematiek en wetsgeschiedenis van de Wet op de kansspelen niet dat de wetgever heeft bedoeld om overeenkomsten met illegale aanbieders civielrechtelijk ongeldig te maken. De Wok voorziet al in bestuursrechtelijke en strafrechtelijke sancties tegen illegale aanbieders, maar bevat geen regeling die de geldigheid van de overeenkomsten zelf aantast.

Geen nietigheid op grond van artikel 3:40 BW

De Hoge Raad overweegt dat artikel 1 Wok weliswaar een dwingendrechtelijke norm bevat, maar dat artikel 3:40 lid 3 BW bepaalt dat strijd met een wettelijke bepaling niet tot nietigheid leidt wanneer die bepaling niet de strekking heeft de geldigheid van de overeenkomst aan te tasten. De Hoge Raad concludeert dat dit bij de Wok het geval is.

Daarnaast oordeelt de Hoge Raad dat ook geen sprake is van strijd met de openbare orde of goede zeden in de zin van artikel 3:40 lid 1 BW. Daarbij benadrukt de Hoge Raad dat het Nederlandse kansspelbeleid niet gebaseerd is op een algemeen verbod op kansspelen, maar juist op kanalisatie van de speelbehoefte naar een gecontroleerd aanbod. Kansspelovereenkomsten zijn als zodanig dus niet onaanvaardbaar. 

Zijn nu alle speler claim procedures van tafel?

Nee. De Hoge Raad heeft de korte route naar terugbetaling via de nietigheid en het onverschuldigd terugvorderen nu dus afgesneden. Dit neemt niet weg dat spelers op andere gronden zullen moeten aantonen waarop hun geld zou moeten worden terugbetaald, denk daarbij aan een schending van een zorgplicht of het ontbreken van een wilsgebrek. 

Deze individuele vragen zijn specifiek per speler en lenen zich naar ons oordeel niet goed voor bijvoorbeeld een procedure via een massaclaim.

Grote impact voor de kansspelsector

Deze uitspraak is van grote betekenis voor aanbieders die vóór 1 oktober 2021 zonder Nederlandse vergunning actief waren op de Nederlandse markt. Veel procedures waren gebaseerd op de stelling dat de kansspelovereenkomst nietig was en dat spelers hun volledige nettoverliezen konden terugvorderen.

Met dit arrest neemt de Hoge Raad een belangrijk juridisch fundament onder dergelijke claims weg. De uitspraak brengt daarmee meer rechtszekerheid voor aanbieders die worden geconfronteerd met historische claims uit de pre-Koa-periode

Conclusie

Hoge Raad geeft duidelijkheid: een kansspelovereenkomst die is gesloten met een aanbieder zonder Nederlandse vergunning is niet nietig en niet vernietigbaar op grond van artikel 3:40 BW.
 
Voor spelers betekent dit dat de route van onverschuldigde betaling vanwege nietigheid in beginsel is afgesloten. 

De aandacht zal zich nu waarschijnlijk verplaatsen naar andere grondslagen, zoals dwaling, oneerlijke handelspraktijken en onrechtmatige daad. De komende jaren zal duidelijk worden in hoeverre die alternatieve routes spelers alsnog mogelijkheden bieden om verliezen te verhalen.