Conclusie: kansspelovereenkomsten niet nietig

De Procureur Generaal heeft de Hoge Raad op 28 november 2025 geadviseerd om de eerste prejudiciële vraag ontkennend te beantwoorden.

 

Belangrijkste vraag ontkennend beantwoord

Had de Wet op de Kansspelen aanvankelijk de strekking de geldigheid van daarmede strijdige rechtshandelingen aan te tasten? 

Nee, aldus advocaat generaal Lindenbergh in zijn conclusies.

Zorgt dit voor duidelijkheid?

De Procureur Generaal heeft geconcludeerd dat de belangrijkste vraag, namelijk of civielrechtelijke sancties van nietigheid besloten lagen in de Wet op de Kansspelen, ontkennend beantwoord. In de conclusie wordt van doorslaggevend belang geacht dat de Wet op de Kansspelen deze civielrechtelijke intentie nooit heeft gehad. 

De tekst van de wet, wetsgeschiedenis, doelstelling en wetssystematiek van de Wet op de Kansspelen bieden geen aanwijzingen dat de wetgever met de Wet op de Kansspelen het verrichten van rechtshandelingen heeft willen verbieden. De wetgever heeft alleen de feitelijke handelingen, zoals ‘het gelegenheid geven’ willen verbieden. 

Een ander belangrijkpunt, zoals ook aangegeven in onze vorige publicatie, vormt dat de Wet op de Kansspelen een bestuursrechtelijk en strafrechtelijk sanctionerende aard heeft en dat er voor een civielrechtelijke zware sanctie zoals nietigheid geen ruimte bestond en deze ook niet beoogd werd door de wetgever.

Een dergelijke sanctie zou juist het ongewenste neveneffect kunnen hebben tot het ondergraven van het doel van de wet namelijk kanalisatie. Het zou voor consumenten dan feitelijk aantrekkelijker kunnen zijn om deel te nemen bij aanbieders zonder vergunning, gelet op de mogelijkheid eventuele verliezen juridisch ‘eenvoudig’ terug te kunnen claimen. 

Dit zou het effect kunnen hebben dat spelers juist kansspelovereenkomsten gaan sluiten met aanbieders die niet beschikken over een vergunning. Daarmee zou een dergelijke civielrechtelijke sanctie juist afbreuk kunnen doen aan doelstellingen van de Wet op de Kansspelen (kanalisatie, het beschermen van de consument en voorkomen van criminaliteit). Zeker nu de strijd tussen legaal en illegaal kansspelaanbod heviger is opgelaaid dan ooit.  
 

Procureur Generaal laat ruimte voor ander oordeel Hoge Raad

De conclusie van de Procureur Generaal is een advies aan de Hoge Raad en dus nog geen definitieve beantwoording van de prejudiciële vragen. 

Nu de belangrijkste vraag ontkennend wordt beantwoord, leidt dat juridisch tot de conclusie dat de overige vragen dan niet meer relevant zijn en zij dus ook ontkennend worden beantwoord in dat opzicht.

Als men de conclusie goed leest, geeft de Procureur Generaal ook een hint naar een alternatieve redenatie, namelijk wanneer de civielrechtelijke sanctie van nietigheid wél besloten zou liggen in de Wet op de Kansspelen. In dat geval beantwoord de Procureur Generaal de prejudiciële vragen bevestigend, aangezien de Wet op de Kansspelen in dat geval haar strekking niet zou zijn verloren. 

Vragen over dit onderwerp?

Heeft u vragen of wenst u ondersteuning, naar aanleiding van bovenstaand artikel, neem dan contact met ons op.

Ons kantoor ondersteunt verschillende kansspelondernemingen (zowel land gebonden als online) bij de afhandeling van spelersclaims. Daarbij adviseren wij ook over strategische keuzes die u als ondernemer moet maken.

 

Lees hier onze reactie op casinonieuws.nl