Bibob-beoordeling: ernstig gevaar

Een bibob-onderzoek vormt de grondslag voor de gevaarsbeoordeling. Deze beoordeling is relevant voor twee categoriën binnen de Bibob-wetgeving. Hieronder leest u hoe deze beoordeling tot stand komt.

Wat is een Bibob-onderzoek?

Een Bibob-onderzoek wordt uitgevoerd op basis van de Wet Bibob om te beoordelen of een vergunning, subsidie of aanbesteding misbruikt kan worden voor criminele activiteiten. Het doel van de wet is om te voorkomen dat overheden onbewust criminele activiteiten faciliteert. 

Bij het onderzoek kijkt de overheid naar kernoverwegingen uit de wet. Dit zijn de zogeheten A-grond en de B-grond. Artikel 3 van de Wet Bibob vormt de basis voor het vaststellen of er sprake is van ernstig gevaar. Indien er sprake is van een ernstig gevaar, zal dat in veel gevallen leiden tot een weigering of intrekking van een vergunning.

Wat is de A-grond?

De A-grond ziet op het financieel voordeel uit strafbare feiten.
Er is sprake van ernstig gevaar op basis van de B-grond als:

  • De aanvrager of betrokkenen financieel voordeel hebben verkregen uit strafbare feiten.
  • Dit voordeel kan worden ingezet om de vergunning of aanbesteding te bekostigen.

Voorbeeld: Een vastgoedproject wordt gefinancierd met geld dat afkomstig is uit fraude of witwassen.

Wat is de B-grond?

De B-grond ziet op het misbruik van een vergunning, subsidie of aanbesteding voor criminele activiteiten. Hiermee wordt bedoeld dat de vergunning zelf wordt gebruikt of kan worden gebruikt om strafbare feiten te plegen. 

Er is sprake van ernstig gevaar op basis van de B-grond als:

  • De aanvrager zelf betrokken is bij strafbare feiten of in relatie staat tot strafbare feiten.
  • Er een reëel risico bestaat dat de vergunning wordt gebruikt om criminele activiteiten te faciliteren, zoals witwassen, drugshandel of fraude. 

Hoe wordt Ernstig gevaar vastgesteld?

Ernstig gevaar op de A-grond

De volgende onderdelen moeten worden vastgesteld om tot de kwalificatie van ernstig gevaar te komen: 

a. feiten en omstandigheden die erop wijzen of redelijkerwijs doen vermoeden dat de betrokkene in relatie staat tot strafbare feiten

b. ingeval van vermoeden de ernst daarvan,

c. de aard van de relatie en

d. de grootte van de verkregen of te verkrijgen voordelen.

    De volgende onderdelen moeten worden vastgesteld voor de B-grond: 

     

    a. feiten en omstandigheden die erop wijzen of redelijkerwijs doen vermoeden dat de betrokkene in relatie staat tot strafbare feiten die zijn gepleegd bij activiteiten die overeenkomen of samenhangen met activiteiten waarvoor de beschikking wordt aangevraagd dan wel is gegeven,

    b. ingeval van vermoeden de ernst daarvan,

    c. de aard van de relatie en

    d. het aantal van de gepleegde strafbare feiten.

    Een aanvrager of belanghebbende staat in relatie tot strafbare feiten als:

    a. hij deze strafbare feiten zelf heeft begaan,

    b. hij direct of indirect leiding geeft dan wel heeft gegeven aan, zeggenschap heeft dan wel heeft gehad over of vermogen verschaft dan wel heeft verschaft aan een rechtspersoon in de zin van artikel 51 van het Wetboek van Strafrecht die deze strafbare feiten heeft begaan, of

    c. een ander deze strafbare feiten heeft gepleegd en deze persoon leidinggevende van betrokkene is, dan wel zeggenschaphebbende over betrokkene, vermogensverschaffer van betrokkene of een persoon die in een zakelijk samenwerkingsverband tot betrokkene staat of heeft gestaan.

    Zakelijk samenwerkingsverband 

    In de praktijk vormt het zakelijk samenwerkingsverband vaak de sleutel in het bibob-onderzoek en de gevaarsbeoordeling. Niet transparante structuren worden bedacht om personen die niet zélf door de Bibob-onderzoek heen zouden komen te verhullen. Het zakelijk samenwerkingsverband vormt het vangnet om deze structuren in kaart te brengen en te voorkomen. Het zakelijk samenwerkingsverband komt in vele vormen voor in de rechtspraak. Ons kantoor adviseert cliënten over het al dan niet bestaan van het zakelijk samenwerkingsverband en procedeert over onterechte intrekkingen of weigeringen van de vergunning op deze grondslag. 

    • Weigering van de vergunning, subsidie of aanbesteding.
    • Intrekking van bestaande rechten.
    • Mogelijke melding bij opsporingsinstanties.

    Heeft u vragen over de gevaarsbeoordeling, het verstrekte bibob-advies, het zakelijk samenwerkingsverband of hulp nodig bij een Bibob-onderzoek? Neem contact op voor deskundig advies.